“Ik heb de naam dat ik alles van Europa weet.”

Anna Groeninx gaat met pensioen en neemt afscheid van haar rol als adviseur voor onderzoekers die Europese subsidies willen aanvragen. Als wetenschappers willen weten welke Europese mogelijkheden voor onderzoek er zijn of steun kunnen gebruiken bij het schrijven en ontwikkelen van een aanvraag komen ze naar Anna toe. “Ik heb de naam dat ik alles van Europa weet. En Europa staat erom bekend ingewikkeld te zijn, dus ik merk dat onderzoekers het prettig eerst met me te bellen om hun voorstel uit te leggen. Daarna komen we al snel te spreken over de complexe details van een Europese subsidie.”

Kind van de Europese beweging
In de jaren tachtig werkte Anna als medewerker technologietransfer bij het toen nieuw opgerichte Universitair Transferbureau Utrecht. In die periode richten alle universiteiten dergelijke transferpunten in; een noviteit toen. Tijdens haar werk besefte ze dat onderzoekers best wel wilden samenwerken met het bedrijfsleven, zolang er maar geld tegenover stond. Ook begon de behoefte te ontstaan om eigen universitair onderzoek extern te financieren. “Voor ‘een kind van de Europese beweging’, zoals Anna zich noemt, was de weg naar Europa snel gevonden. Zeker nu daar net het eerste Europese  Kaderprogramma van start was gegaan.

Dertig jaar groei  
De fondsen voor onderzoek in Europa zijn de afgelopen dertig jaar sterk gegroeid. Zo deelde het eerste Europese onderzoeksprogramma €3,3 miljard uit, en is het budget voor het huidige Horizon 2020 inmiddels €80 miljard. Het is niet voor niks het grootste programma ter wereld. Anna voorspelt zwaar weer in 2021, als het negende kaderprogramma van start gaat. “De periode van groei is dusdanig groot geweest, dat is niet meer vol te houden. Net als het aantal lidstaten, bleven ook de budgetten toenemen. Vermoedelijk gaan de budgetten slinken. Daarnaast hebben onderzoekers steeds meer competitie.” Anna geeft aan dat het uitermate belangrijk is dat academici actief zijn in disseminatie en outreach. “Hiermee creëren en behouden ze politiek en maatschappelijk draagvlak voor wetenschappelijk onderzoek. Dit is van belang is omdat de Nederlandse overheid steeds minder geld uittrekt voor het doen van onderzoek in ons land.”

Knip- en plakwerk
Research management and administration, zo verwoordt Anna haar vak, is erg veranderd in de dertig jaar dat zij erin werkzaam is geweest in Utrecht en, voor ze naar Leiden kwam, bij de Universiteit van Amsterdam. Haar beleidsmatige betrokkenheid van tegenwoordig, het meeschrijven aan voorstellen, het inhoudelijk adviseren in de pre-awardfase, het vertalen van de Europese eisen, het netwerken, dit alles startte geleden drie decennia allemaal met simpel knip- en plakwerk. “Ik kreeg elke maand een boekje van het EG Liaison Office (nu Team Iris van RVO) waar ik interessante calls uitknipte, kopieerde en aan hoogleraren en onderzoekers uitdeelde of doorbelde. Ook organiseerde ik intakesessies met EG Liaison voor wetenschappers die een aanvraag wilden indienen, zodat ze hulp kregen bij de inhoud en het schrijven van hun voorstel. En ik nodigde medewerkers uit Brussel uit om naar Nederland te komen om de Europese programma’s uit te leggen en kennis te delen. Bij die bijeenkomsten zaten soms wel 200 mensen. Om onderzoekers zo lang mogelijk de tijd te geven om aan hun aanvraag te werken, verzamelde ik deze één dag voor de deadline en huurde ik een auto om de aanvragen in Brussel in te leveren.”

Leids transferpunt
“Leiden had begin jaren tachtig ook een transferpunt, dat zich in mijn herinnering vooral bezighield met het opzetten van het Bio Science Park. Er was toen geen ondersteuning voor onderzoeksfinanciering zoals dat er nu is met Luris.” Wat Anna in Utrecht en Amsterdam had geleerd, kon ze hier in de praktijk brengen. Waar is Leiden goed in? “Over het algemeen doet Leiden het prima en behoort de universiteit in Nederland tot de top vijf wat betreft het aantal projecten. Leidse onderzoekers zijn traditioneel gezien altijd al erg actief in het Marie Curie-programma en haar voorgangers. Ook hebben academici sinds de introductie van de European Research Council in 2007 een flink aantal ERC-subsidies toegekend gekregen. “Ik ben er trots op dat het Luris Grant Development team de ondersteuning voor ERC’s vanaf het begin structureel en strak heeft aangepakt. Nu nog goed worden in de samenwerkingssubsidies van Horizon 2020 en de opvolger het negende kaderprogramma.”

Anna nam op donderdag 15 december afscheid van de Universiteit Leiden tijdens het symposium ‘H2020 Academy - Influencing H2020 and the next framework programme’.


* Anna Groeninx schreef mee aan de aanvraag die de universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam en de universitaire medische centra van Leiden en Rotterdam indienden bij het Europese Marie Curie COFUND-programma voor het toegekende LEaDing Fellows programma. Door dit programma, waar €6,3 miljoen mee gemoeid is, kunnen negentig promovendi van over de hele wereld postdoc-plaatsen krijgen bij de genoemde kennisinstellingen.

* Anna is actief lid van de European Association of Research Managers and Administrators (EARMA) dat professionalisering van onderzoeksondersteuning- en management binnen Europa stimuleert door onder andere het aanbieden van gecertificeerde opleidingen.

 

Foto's: Eelkje Colmjon